|
Werkvelden |
| |
|
|
| Opdrachten voor overheidsbesturen (gemeenten, provincies en Vlaams Gewest): |
- Ruimtelijke Structuurplannen, Ruimtelijke Uitvoeringsplannen:
Het zwaartepunt van de ruimtelijke ordening lag tot op heden volledig bij de gewestplannen, die bodembestemmingen gebiedsdekkend juridisch vastleggen. Deze plannen zijn echter te star en te statisch gebleken om actueel te kunnen blijven in een maatschappij die voortdurend evolueert. Structuurplanning als 'nieuw' planningsinstrument werd ingevoerd door het
decreet Ruimtelijke Ordening in 1999 en laat toe om gewenste ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening op een meer flexibele manier vast te leggen. Het decreet stelt dat zowel Het Vlaams Gewest als iedere provincie en iedere gemeente een ruimtelijk structuurplan dient op te stellen, elk voor hun eigen grondgebied en voor hun eigen bevoegdheden. Visievorming vormt het sleutelbegrip in de structuurplanning. Aan de hand van structuurschetsen en concepten wordt aangegeven wat de ruimtelijke toekomstvisie is en welke ruimtelijke opties er dienen genomen te worden.
Een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) wordt opgemaakt ter uitvoering van de beleidsopties in een ruimtelijk structuurplan. Het is een ordenings- en bestemmingsinstrument dat de visie en de beleidsdoelstellingen van het structuurplan concretiseert. In een RUP kunnen eveneens inrichtings- en beheersprincipes vastgelegd worden. Indien een gemeente nog niet over een goedgekeurd gemeentelijk ruimtelijk structuurplan beschikt, worden geen RUP 's maar Bijzondere Plannen van Aanleg (BPA's) opgemaakt om bestemmingen van het gewestplan te verfijnen of om van deze gewestplanbestemmingen af te wijken. Een RUP of een BPA vormt het toetsingskader bij het beoordelen van een stedenbouwkundige- of verkavelingsvergunning. |
- Milieubeleidsplannen:
Op basis van het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM, 1995) dient om de 5 jaar een milieubeleidsplan opgesteld te worden. Het milieubeleidsplan bepaalt de hoofdlijnen van het milieubeleid (= strategische keuzes) dat door het Vlaams Gewest, de provincies en de gemeenten dient gevoerd te worden. De hoofddoelstelling is om de doeltreffendheid, de efficiëntie en de interne samenhang van het milieubeleid te bevorderen op alle niveaus en terreinen. Elk milieubeleidsplan - gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk - dient volgens het decreet minstens een actieplan te bevatten. Het actieplan wordt gezien als het samenhangend geheel van doelstellingen, maatregelen, middelen en termijnen die worden voorgesteld om deze doelstellingen te bereiken, alsmede de prioriteiten die daarbij gelden.
|
- Mobiliteits- en vervoersstudies:
Mobiliteit wordt binnen onze samenleving steeds belangrijker. Zowel bij de dagelijkse activiteiten (wonen, werken, recreëren,.) als in het economisch functioneren, is verkeer en vervoer uitgegroeid tot een bepalende parameter. Een gedegen onderzoek van mobiliteitseffecten en een geïntegreerde benadering van ruimtelijke ordening, mobiliteit en infrastructuur is dus belangrijk. De belangrijkste problemen zoals bereikbaarheid, verkeersonveiligheid en verkeersleefbaarheid worden onderzocht in o.a. volgende studies:
- Mobiliteitsplannen
- Streefbeelden voor wegen
- Toegankelijkheid- en locatiestudies
- Bedrijfsvervoersplannen
- Parkeerstudies
- ...
|
|
|
| Opdrachten voor de bedrijfswereld en particulieren: |
- Opstellen aanvragen voor verkavelingsaanvragen
Indien u uw grond wenst te splitsen in meerdere loten om minstens één van die loten te verkopen als
bouwgrond, dan heeft u waarschijnlijk een verkavelingsvergunning nodig. Wij stellen de aanvragenvoor een verkavelingsvergunning voor u samen. Naast het verzamelen van gegevens over de bestaande en juridische toestand, doen wij ook een voorstel van verkavelingsplan en -voorschriften
- Opstellen vergunningsdossiers
Naast het opstellen van verkavelingsaanvragen, stelt het bureau ook aanvragen voor stedenbouwkundige vergunningsdossiers en milieuvergunningsdossiers op.
- Planologische attesten
Planologische attesten worden aangevraagd door bedrijven die zich in één van de volgende gevallen bevinden:
- het bedrijf is (gedeeltelijk) zonevreemd en men wil rechtszekerheid op de bestaande locatie;
- het bedrijf wil uitbreiding of herbouwen maar men kan geen stedenbouwkundige vergunning krijgen omdat de bestemming van de locatie dat niet toelaat;
- de bestemming van uw bedrijfslocatie bemoeilijkt de verlening van uw milieuvergunning.
Het planologische attest geeft aan of een bestaand bedrijf al dan niet behouden kan worden op de plaats waar het gevestigd is. Als het bedrijf behouden kan worden, deelt de bevoegde overheid de ontwikkelingsmogelijkheden op korte termijn en op lange termijn mee. |
|